Skip to content

‘Een vitale en aantrekkelijke gemeente’

Bij het opschonen van m’n boekenkast nam ik het boek ‘Een vitale en aantrekkelijke gemeente’ van Jan Hendriks weer eens in handen. Hendriks was één van de pioniers op het gebied van gemeenteopbouw, als socioloog en praktisch theoloog tot medio 1998 verbonden aan de VU. Ik bewaar goede herinneringen aan zijn colleges, maar zeker ook aan zijn boeken. 

In zijn boek ‘Een vitale en aantrekkelijke gemeente’ geeft Hendriks geeft als theorie een systeem van 5 factoren: positief klimaat, stimulerende leiding, verbindende structuren, inspirerende doelen en aantrekkelijke taken en een stimulerende identiteitsconceptie.  De factoren zijn allemaal met elkaar verbonden. Scoort een factor slecht in een gemeente, dan kan dat de andere factoren negatief beïnvloeden. Andersom geldt dat een goed scorende factor kan bijdragen aan het verbeteren van de overige. Identiteit staat centraal in het systeem van de vijf factoren. Het invullen van de vijf factoren is altijd een gezamenlijk proces. Eenheid wordt alleen ervaren als de factoren met elkaar worden verbonden vanuit een gedeelde identiteit.

Bij een positief klimaat telt iedereen mee, wordt er geparticipeerd door de leden van de gemeente en is er gedeelde verantwoordelijkheid. Dienstbaarheid en ondersteuning kenmerken een stimulerende leiding. De leiding creëert de voorwaarden, dat anderen hun taak optimaal en met vreugde kunnen vervullen. Misschien is de belangrijkste vraag voor de kerkenraad wel de identiteitsvraag: Zijn wij gemeente van de Heer, zijn wij bezig met de zaken van Heer, zijn wij kerk? Een vitale gemeente kenschetst zich door structuren die gemeenschapservaring positief beïnvloeden en kansen bieden tot ontmoeting en andere gezamenlijke activiteiten. Doelen dienen gemeenschappelijk, concreet en inspirerend te zijn. De doelen komen voort vanuit de identiteit en worden steeds weer benoemd en zijn zichtbaar in de gemeente.

Mensen zoeken samenhang, zingeving en identificatie. De basisvragen zijn: wie zijn wij en wat is onze opdracht? Een vitale gemeente verbindt deze vragen en komt tot een gezamenlijk antwoord. Een positief klimaat en verbindende structuren helpen om gezamenlijk te werken aan de inspirerende doelen en aantrekkelijke taken.

Gemeenteopbouw is een zaak die voortdurend in beweging is. Elke tijd stelt nieuwe vragen en plaatst voor nieuwe uitdagingen. Hendriks’ werk ademt de voor het neo-calvinisme typerende nadruk op het doen, de participatie van mondige gemeenteleden. Lid-zijn is meedoen. Omgekeerd kun je de vraag stellen of je met de nadruk op participatie toch niet het gevaar loopt te vervallen in activisme. De kerk is niet alleen een bijenkorf waar het gonst van bedrijvigheid, maar ook een rustplek om op adem te komen en waar iedereen welkom is. Waar ligt hier het juiste midden tussen vrijheid en verplichting? De laatste jaren pleitte Hendriks voor een kerk die als een herberg gastvrijheid betracht. Bij dit alles blijft de centrale vraag: Hoe kan de christelijke gemeente vitaal en aantrekkelijk zijn?  

ds. Gerrit Olsman