Van wie is de wijngaard?
Er zijn Bijbelteksten waarmee je een discussie kunt openen. En er zijn Bijbelteksten waarmee je haar in één klap kunt doodslaan. De landbelofte behoort helaas vaak tot die tweede categorie. De Eeuwige heeft het land aan Israël gegeven, klinkt het dan, en daarmee zou de zaak beklonken zijn. Alsof een eeuwenoude tekst een moderne eigendomsakte is. Alsof geloof ontslaat van nadenken. Alsof de Ene bij het kadaster werkt.
Je kunt daarom zeggen: laat de Bijbel erbuiten. Politiek vraagt om feiten, internationaal recht en argumenten die voor iedereen toegankelijk zijn. Dat is verstandig. Voor bijna ieder standpunt valt immers wel een vers te vinden. Wie lang genoeg bladert, vindt altijd een goddelijk klinkend gelijk. Maar de Bijbel buiten de discussie houden is iets anders dan hem zorgvuldig lezen. Juist wie ziet hoe religieuze taal het handelen van mensen beïnvloedt, kan zich geen gemakzuchtige exegese veroorloven.
Wie het boek Deuteronomium leest, ontdekt iets ongemakkelijks. Het land wordt niet uitgedeeld als een blanco cheque. De belofte staat in het teken van een opdracht: leef rechtvaardig, bescherm de kwetsbare, beteugel de macht, vergeet de vreemdeling niet. Het land is geen trofee voor de sterkste, maar een proeftuin voor goed samenleven. Niet afkomst, maar gerechtigheid bepaalt of de belofte vrucht draagt.
Dat verschil is beslissend. In de Bijbel is de aarde uiteindelijk van de Eeuwige. Mensen krijgen haar niet om zich achter grenzen, wapens of heilige woorden te verschansen, maar om haar te beheren. ‘Eigendom’ betekent dan niet: ik mag ermee doen wat ik wil. Het betekent: ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt. Wie het recht vertrapt, verspeelt moreel gezag — ook wanneer hij zich op een belofte beroept.
Dat maakt de spanning met de actualiteit pijnlijk zichtbaar. Geen Bijbeltekst kan het lijden van burgers wegredeneren. Geen religieuze claim heft het internationale recht op. En kritiek op de politiek van de staat Israël is niet automatisch antisemitisme, zoals kritiek op een regering nooit samenvalt met vijandigheid tegenover een volk of religie. Juist wie Joodse levens en tradities serieus neemt, moet antisemitisme bestrijden én machtsuitoefening toetsbaar houden. Beide zijn nodig; het ene mag nooit als excuus dienen om het andere te ontwijken.
Zorgvuldig Bijbellezen begint daarom met bescheidenheid. Niemand heeft de waarheid in pacht. Een tekst is geen slogan, geen slagboom en geen wapen. Hij krijgt betekenis in samenhang, in gesprek en in de confrontatie met de werkelijkheid. De vraag is niet alleen: wat is ons beloofd? De scherpere vraag luidt: wat wordt er van ons gevraagd?
Misschien is dat de echte landbelofte: niet dat één groep voorgoed kan zeggen ‘dit is van ons’, maar dat mensen telkens opnieuw worden uitgenodigd een samenleving te bouwen waarin niemand wordt vergeten en niemand boven de wet staat. De Britse opperrabbijn Jonathan Sacks noemde Deuteronomium niet voor niets het boek van de samenleving. Vrijheid zonder recht wordt willekeur. Welvaart zonder zorg wordt roofbouw. Een heilig land zonder gerechtigheid wordt een lege religieuze formule.
De wijngaard is een oud Bijbels beeld voor het beloofde land. Een wijngaard leeft niet van eigendomspapieren, maar van aandacht, geduld en goed beheer. Aan zijn vruchten herken je de kwaliteit van de zorg. Dat geldt ook voor een land. Niet de luidste aanspraak maakt het heilig, maar de vrede die er groeit, het recht dat er standhoudt en de ruimte die er is voor ieder mens. Een beloofd land is pas werkelijk beloofd land wanneer niemand er zijn menselijkheid hoeft te verliezen.
ds.Gerrit Olsman