Waar gaan we heen als de kerk dicht is?
Nederland ontkerkelijkt al lange tijd en dat wordt zichtbaar in het straatbeeld: ongeveer één op de vier kerkgebouwen heeft inmiddels geen kerkelijke functie meer. Tegelijk betekent dat niet dat religieuze plekken helemaal uit het leven zijn verdwenen.
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer een derde van de Nederlanders minstens één keer per jaar een religieuze plek bezoekt. Dat gebeurt lang niet altijd vanuit geloofspraktijk: een deel komt om bekenden te ontmoeten of om even “onder de mensen” te zijn, en een kleine groep gaat vooral “omdat het zo hoort”. Veel bezoekers noemen in het onderzoek daarnaast culturele en esthetische redenen—architectuur, kunst en cultuur—alsof de kerk steeds vaker wordt bezocht zoals een museum. Toch blijven ook klassieke motieven bestaan: bezinning, rust, inspiratie en troost, vooral rond belangrijke levensmomenten zoals trouwen en afscheid nemen.
Naast religieuze gebouwen gebruiken Nederlanders allerlei andere plekken om behoeften te vervullen: horeca, winkels, kantoren, parken, natuurgebieden, theaters en bioscopen. Uit de cijfers blijkt hoe sterk die plekken ‘functioneel’ worden ingezet. De horeca is bij uitstek een ontmoetingsplek. Winkels, kantoren en overheidsgebouwen horen vaker bij de categorie “moet nou eenmaal” en roepen minder het idee op van een plek waar je bewust rust of betekenis zoekt. Dat verschil is belangrijk, omdat sommige gevoelens—zoals stilte, troost en bezinning—niet overal even makkelijk ontstaan. Een plek kan druk en gezellig zijn, maar daarmee nog geen ruimte bieden voor reflectie.
In het dagelijks leven zoeken mensen vooral positieve en herstellende gevoelens op. Rust wordt het vaakst doelbewust opgezocht. Ook vreugde en verbinding met anderen worden geregeld actief nagestreefd. Waar rust wordt gezocht, ligt de nadruk sterk op buitenruimte: van de rustzoekers belandt het grootste deel in een natuurgebied en in een park. Vreugde komt juist relatief vaak uit culturele plekken en horeca, en ook natuur speelt daarbij mee. Verbinding met anderen wordt vooral gezocht in plekken waar ontmoeting vanzelfsprekend is, zoals café, sportclub of uitgaan. Opvallend is dat de meeste mensen zeggen geen specifieke plekken te missen voor bepaalde gevoelens, maar wie wél iets mist, mist vooral rust — met name jongvolwassenen en mensen in sterk stedelijke gebieden, waar stilte schaars is en vaak ‘georganiseerd’ moet worden.
Wie is er verantwoordelijk voor het behoud van betekenisvolle plekken. Er kan naar de gemeente worden gekeken als het om buurtcentra gaat. Natuur is een taak voor de landelijke overheid gezien, en culturele instellingen worden geregeld als gedeelde verantwoordelijkheid van overheid én beheerder beschouwd. Bij religieuze gebouwen loopt dat uiteen. Uit een Ipsos onderzoek blijkt dat oudere Nederlanders de verantwoordelijkheid vaker leggen bij eigenaren en bezoekers, terwijl jongere Nederlanders het behoud relatief vaker als publieke taak zien. Tegelijk voelt de gemiddelde burger zichzelf zelden hoofdverantwoordelijk. In de discussie over leegstaande kerken wil de meerderheid herbestemming, zoals woningen, een buurt- of gemeenschapscentrum of een culturele bestemming. Een ‘heilige plek’ is vandaag de dag voor veel mensen niet alleen religieus, maar ook: dierbaar en onaantastbaar. Heilige plekken kunnen dus ook natuur, herdenkingsplekken en thuis zijn. Wat ze heilig maakt is vooral concreet: stilte of rust, geschiedenis, de eigen aard van de plek en persoonlijke herinneringen. De vraag is dus niet alleen wat er met kerken gebeurt, maar waar mensen terechtkunnen voor rust, troost en betekenis als vertrouwde plekken verdwijnen.
ds. Gerrit Olsman