De kool en de geit
Afgelopen zondag – Israëlzondag – mocht ik voorgaan in mijn vorige gemeente. Na afloop vertelde een kerkganger dat haar man thuis was gebleven. Hij verwachtte dat op deze Israëlzondag opnieuw ‘de kool en de geit gespaard zouden worden’. Het was een terloopse opmerking, maar ze bleef hangen. Want is dat niet precies wat de kerk al te lang probeert: niemand voor het hoofd stoten, en daardoor uiteindelijk niemand recht doen?
Israëlzondag ontstond in 1949, in de schaduw van de Shoah en kort na de stichting van de staat Israël. De kerk moest onder ogen zien waartoe eeuwen christelijk antisemitisme hadden bijgedragen. Ook moest zij haar verhouding tot het Joodse volk en de Joodse traditie opnieuw doordenken. Dat was geen vrijblijvende theologische oefening, maar een pijnlijk gewetensonderzoek.
Maar inmiddels is het woord ‘Israël’ zelf een mijnenveld geworden. Bedoelen we het Bijbelse volk, de Joodse traditie, de wereldwijde Joodse gemeenschap of de moderne staat Israël? Wie die betekenissen achteloos op één hoop schuift, maakt van theologie een politiek rookgordijn. De huidige staat Israël is geen Bijbels begrip, maar een staat die — net als iedere andere — aan het internationaal recht moet worden gehouden.
Dat onderscheid is vandaag onontkoombaar. De afschuwelijke moorden door Hamas op 7 oktober 2023 moeten zonder omwegen worden veroordeeld. Maar de geschiedenis begon niet op die dag, en het immense Palestijnse lijden verdwijnt niet doordat wij het liever ingewikkeld noemen. Gaza werd getroffen door dood en verwoesting op een schaal die ieder menselijk voorstellingsvermogen tart; op de bezette Westelijke Jordaanoever namen geweld, verdrijving en angst verder toe.
Juist daarom kan de kerk zich niet verschuilen achter de kerkordeformule van een ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Want zijn wij niet even onopgeefbaar verbonden met Palestijnse broeders en zusters? Verbondenheid die slechts voor één volk geldt, is geen verbondenheid maar voorkeur. En Bijbelse beloften die worden ingezet om hedendaags onrecht te vergoelijken, veranderen geloof in een vrijbrief.
Sommigen zeggen dat de kerk haar moeder moet eren, omdat het christendom uit het jodendom is voortgekomen. Historisch gezien lijkt mij het beeld van twee zusters zuiverder: rabbijns jodendom en christendom groeiden beide uit het veelkleurige jodendom van de eerste eeuw. Ze zijn verwant, maar niet identiek. Echte verwantschap vraagt niet om kritiekloze instemming; zij verdraagt juist het ongemakkelijke gesprek.
Israëlzondag hoeft van mij niet te verdwijnen van de kerkelijke agenda. Ik pleit ervoor om de naam en het karakter van deze zondag te veranderen. Maak er een zondag van voor de joods-christelijke betrekkingen, voor schuldbesef én tegenspraak, voor verbondenheid én recht. Een dag waarop ondubbelzinnig antisemitisme en Palestijns onrecht wordt benoemd en bestreden.
De kerk hoeft niet te kiezen tussen Joodse veiligheid en Palestijnse menselijkheid. Zij moet voor beide kiezen — en zich keren tegen iedere ideologie die de ene mens minder waard maakt dan de andere. Wie de kool en de geit wil sparen, kiest niet voor vrede maar voor eigen kerkelijke rust. ‘k Ben benieuwd wat de eerder genoemde kerkganger bij thuiskomst aan haar man vertelde.
ds.Gerrit Olsman









de goedbezochte opening plaats van de expositie ‘Kleurrijke klanken’ met schilderijen van Yon Nicolas. Zij is de weduwe van dr. Nicolas, voormalig huisarts in Soest. In haar schilderijen is van alles gaande, vreugde, verdriet, woede, vertedering, als in een symfonie steeds weer tot rust komend in een balans van kleur, vorm en beweging. Deze nazomer-expositie is te bezichtigen t/m 16 oktober, op donderdag-, vrijdag -en zaterdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur.
